Gedachten van Jan Goossen

Teksten van Jan Goossen:

“Wij vertalen onszelf in termen van architectuur.
Wij vertalen architectuur in termen van onszelf.”

 

“Wat mij interesseert in de abstracte kunst is de mogelijkheid om het zijn eigen inhoud te geven. Ik doel niet op interpretatie. Ik ben geïnteresseerd in de ingesloten thema’s en concepten (in tegenstelling tot persoonlijke associaties …sentimentaliteit.) Inhoud ontstaat door de relaties die ontstaan in beeld of architectuur. Mijn beelden zijn nagenoeg alle transparant. Ze tekenen in de ruimte, ze omschrijven de ruimte. Ze zijn architecturaal en constructief tegelijk.

De suggestie van bewegelijkheid is veel voorkomend. Indien er massa aanwezig is, speelt die een rol in contrast tot de overheersende meer lineaire constructies. Het geheel is praktisch altijd een tekenachtig beeld (tekenachtig gedacht in tegenstelling tot een door de tastzin uitnodigend ‘schilderachtig’ beeld). Mijn beelden appelleren niet aan de tastzin maar aan het oog en aan de verte en ruimte die ze suggereren.” J.G.

 

Deze tekst was van zijn inspirator Wessel Couzijn over het grote beeld Corporate Entity.
 “De beeldende kunst is visueel en moet als zodanig ervaren worden. Literatuur kan men omschrijven; plastiek niet. De kunstenaar is iemand die door middel van de materie uitdrukking geeft aan wat sterk in hem aanwezig is. Dit gevoel, deze emotie staat in verband met de wijze waarop hij in het leven staat. Het werk is aldus gevoelsmatig ontstaan, is vorm geworden levensgevoel. Iedereen die de plastiek ziet, zal erop een andere manier door worden aangesproken of ook niet.”

Ontmoetingen in Amsterdam en Brabant

Begin jaren zeventig heb ik Jan voor het eerst ontmoet. Net los van de academie was ik voor ik het in de gaten had, secretaris van de Nederlandse Kring van Beeldhouwers. Mijn docent, Carel Kneulman had het wel eens over die club gehad, maar vertelde ook dat de Kring slapende was. In 1968 kwam ik van school en moest ik mij als beeldend kunstenaar ergens bij aansluiten. Er was een BBK (Bond van Beeldende Kunstenaars) en een roerig jaar later een BBK’69. Daar ben ik even lid van geweest. Maar ik zocht een meer praktisch gerichte vereniging, een club die naast belangen behartigen, ook tentoonstellingen organiseerde. Hoe het precies gegaan is weet ik niet meer, maar ineens zat ik in een niet druk bezochte vergadering van de NKvB en werd ik bij gebrek aan beter gekozen tot secretaris. Zeker tien jaar lang was het oude bestuur niet bijeen geweest, het was onduidelijk wie welke functie had of had gehad. Een archief was er eigenlijk niet. We moesten opnieuw beginnen. Wel was er een oude ledenlijst en waren er Statuten die aangepast moesten worden. Jan belde op of hij langs mocht komen, ik weet niet meer of dat was om lid te worden of om aan een tentoonstelling mee te doen. Hij vertelde mij zijn geschiedenis en over samenwerking met mensen waar ik tegenop keek. Voor mij was Jan al daar, waar naar ik op weg was.

Rond 1978 kwam Jan weer langs, hij zocht een collega voor de Katholieke Leergangen in Tilburg waar hij les gaf. De afdeling waar hij werkte had behoefte aan iemand die de Kunsten wat subtieler benaderde dan hij en zijn groot werkende collega’s. Hij vroeg mijn maatje Marion Herbst die sieraden maakte te solliciteren naar die plek. Zij kreeg de baan en wij verhuisden al spoedig naar het Brabantse. Jan kwam vanuit Eindhoven ook naar onze contreien en wel in een dorp niet ver van ons vandaan. Hij kocht een oude melkfabriek met de intentie er iets heel moois van te maken. Wat ik niet wist was dat hij een bouwkunde studie had gedaan en (bouw) praktijkervaring had opgedaan in de USA. Ik hielp hem met sloopwerk en stond verbaasd van zijn kundig opbouwen.
Toen zijn atelier klaar was en hij weer beelden kon gaan maken werden dat architecturale bouwwerken, werk waar ik mij goed in kon vinden. De kleur kwam terug in zijn werk.
Ik kwam regelmatig langs in Herpt, we spraken over veel, maar in het algemeen niet over ons eigen beeldende werk, wel over materiaal, techniek en machines. De term ‘beeldhouwer’ paste ons beiden niet, wij bouwden of stelden samen, Jan met een plan en ik meestal zonder.

Keramisch Werkcentrum Heusden, Jan Goossen, Berend Peter Hogen Esch, Michael Flynn, Marion Herbst

Keramisch Werkcentrum, Heusden, Jan Goossen, Michael Flynn, Berend Peter Hogen Esch en Marion Herbst

Hoewel Jan een jaar of acht ouder was dan ik hadden we dezelfde voorbeelden, mensen die wij hoogachtten en waardeerden. Het maken van dingen; beelden, bouwwerken of tekeningen geeft voldoening. Het er over spreken is verspilde energie.
We zijn onze eigen weg gegaan. Jan heeft één keer een opmerking over mijn bezigheden gemaakt, niet over mijn beeldend werk, maar over een tussenvloertje dat ik in mijn werkplaats timmerde. “Hij zou dat anders gedaan hebben”.

Berend Peter Hogen Esch
Juni 2016

Piramide

1976, Jan Goossen, Piramide 71, Spui,  Amsterdam. Photo Martin J. Brinckman1976, Jan Goossen, Piramide 71, Spui, Amsterdam-centrum. Piramide. roest vrijstaal, hoogte 4 meter. Plaatsing Spui in 1976. Verplaatst in 1987 naar entree Gaasperplaspark in Amsterdam

Jan Goossen
Piramide
1976, roest vrijstaal

Spui, Amsterdam-centrum (foto)
in 1987 verplaatst naar het plein bij de Gaasperplas in Amsterdam

De uit vier roestvrij stalen blokken opgebouwde piramidevorm van de beeldhouwer Jan Goossen (1937-2005) is een sterk op zichzelf gericht beeld en lijkt niet specifiek voor een plek gemaakt te zijn. Niettemin verwijzen volgens de kunstenaar de insnijdingen in het staal naar het ritme van de gevels van de huizen en de naar de lucht reikende piramidevorm naar de masten van een zeilboot. Noch van woonhuizen, noch van boten is op het plein voor het metrostation Gein in de verste verte iets waar te nemen. Hier moet sprake zijn van een vergissing. Het beeld stond dan ook oorspronkelijk op het Spui en de eerder genoemde verwijzingen hadden betrekking op de bebouwing aldaar. Het Spui is ooit in de dertiende eeuw een haven geweest, vandaar de associatie met de masten. Het beeld maakte onderdeel uit van een inrichtingsvoorstel van Goossen voor het Spui en omgeving. Een gepland voetgangersgebied is er nooit van gekomen, zodat het beeld niet de ruimte kreeg die het nodig had.

Artoteek Zuidoost, Amsterdam, 1991
Uit de catalogus: Langs kunst in Zuidoost
Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam

more>

East Jesus County Revisited

1975 plaatsing in Eindhoven. (ontwerp 1971), Jan Goossen, East Jesus County Revisited, roestvrij staal . Ir. Ottenbad Eindhoven. Ontwerp 1970. Zuil 370x80, kruisstuk 200x200x100. Photo Yvette Lardinois

Jan Goossen
1975, roestvrij staal, ontwerp 1971
Ir. Otten (zwem)bad in Eindhoven

‘East Jesus County Revesited’ werd in 1970 ontworpen door beeldend kunstenaar Jan Goossen en uitgevoerd in 1974. Het beeld staat eerst een tijdje in Emmen en vervolgens op een expositie in het Amstelpark in Amsterdam (1975). In hetzelfde jaar wordt het beeld door de gemeente Eindhoven aangekocht en krijgt het een definitieve bestemming bij de ingang van het Ir. Otten(zwem)bad.

More »

Septum (in gesprek met de vorigen)

1982, Jan Goossen, Septum (In gesprek met de vorigen), cor ten steel, 5 meter doorsnede, x 270 cm hoogte. Stadswandelpark, Eindhoven. Photo Martin Stoop

Jan Goossen
1982, corten staal
Stadswandelpark in Eindhoven

Een beeld dat een ruimte aangeeft zonder die af te sluiten. Een beeld met architectonische ambities (misschien wel de belangrijkste verworvenheid van de moderne sculptuur). Een zevenhoek die uit zeven elementen bestaat, die op elkaar steunen.

More »

Running Squares

Running Squares, Jan Goossen

Running Squares, Jan Goossen

Jan Goossen
1988, corten staal
Oude locatie: Empelseweg in Rosmalen / ‘s-Hertogenbosh (foto)
Nieuwe locatie: het Kanaalpark, aan de Heinis(dijk) in Rosmalen (‘s-Hertogenbosch) in het verlengde van de Raadhuisstraat

 

Dit beeldhouwwerk van Jan Goossen tekent als het ware in de ruimte. Het beeld bestaat uit een aantal elementen die in elkaar vallen. De vierkanten gaan op een speelse manier een heel vanzelfsprekende relatie met elkaar aan. Je vraagt je af hoe het in elkaar zit. Het toont transparantie en bewegelijkheid.

More »

Maasbrug

1994, Jan Goossen, Maasbeeld, Heusden -aan de Maas. roestvrij staal, 6 meter hoogte. Foto Peer van der Kruis

Jan Goossen
1994, roestvrij staal
Brug over de Maas, afslag Heusden – Heesbeen

In april 1994 werd een sculptuur aan de Maasbrug, in de kom van de afslag Heusden-Heesbeen geplaatst. Na een selectie onder Nederlandse beeldhouwers werd Jan Goossen verzocht een definitief schetsontwerp te maken. Dit leidde uiteindelijk tot de opdracht.

More »

Tree of Learning

1998, Jan Goossen, Tree of Learning, roestvrij staal, Carolus Borromeus College in Helmond, hoogte 7 meter. ontwerp 1996

Jan Goossen
1998, roestvrij staal
Carolus Borromeus College in Helmond

“Een beeld van Jan Goossen is altijd zowel een vlakte als een gebergte en bovendien zowel een gebouw als een sculptuur en de binnen- zowel als de buitenkant van een bouw- of beeldhouwwerk. Zodat de beschouwer, hoe hij ook kijkt en hoe hij ook denkt, nauwelijks de kans krijgt pas op de plaats te maken”, aldus de criticus Maarten Bex in Kunstbeeld 5/1994.

More »

Donjon

2002, Jan Goossen, Donjon, RABO bank Vlijmen gemeente Heusden, roestvrijstaal, hoogte 4 meter

Jan Goossen
2002, roestvrij staal
Rabobank in Vlijmen (Heusden)

Wie de Rabobank in Vlijmen (gemeente Heusden) bezoekt kan niet om het kunstwerk van Jan Goossen heen.

More »

Beeldbouwen. De architectonische werken van Jan Goossen

 

door Johan de Koning

Kan iemand die geen Zeeuw is van origine toch Zeeuw(s) zijn of worden? Hier in de provincie gaan wonen lijkt me in ieder geval onvoldoende. Daar is toch meer voor nodig. Een paar keer proberen hier een thuis te stichten en dan toch weer vertrekken, komt al dichterbij. Altijd maar door de zee en de wind aangetrokken worden laat op z’n minst zien dat er in die menselijke ziel een diepe hunkering onderdrukt of gekoesterd wordt. Werk produceren dat tot in elke vezel overeenstemt met kenmerken die men voor Zeeuws kan houden, maakt al meer indruk. Zonder in clichés te vervallen zijn er wel bepaalde eigenschappen die hier in dit gebied uitermate goed tot zijn recht komen. Al houden we natuurlijk onze reserves over wat wel en niet Zeeuws is. Over wat past bij het karakter van deze provincie en haar bewoners. Karakter is in de kunst-beschouwing tegenwoordig een nogal beladen begrip. Het zou te veel leunen op het oeverloze negentiende-eeuwse stijldebat, waarin emotie en nationalisme niet geschuwd werden. De vraag is of we daar vandaag de dag erg ver vanaf zitten. Zijn we zover geëvolueerd dat een stuurse, eigenzinnige allochtoon met een labiele liefde voor de eilanden in de delta van Schelde en Maas en een gloedvolle overtuiging voor formele abstractie en strenge orde, in ons hart een warm plekje kan winnen?  More »